Sinds 2018 werkt Dyslexie Font samen met de HOI Foundation om de Nederlandse Week of Dyslexie te organiseren, elk jaar in de eerste week van oktober. Ons doel is om de perceptie van neurodiversiteit en dyslexie te veranderen door informatie te verstrekken aan dyslectische individuen, ouders, kinderen, leraren en bedrijven.
VAN PIXEL NAAR SPATIE
TEXT EN RUIMTE EN GROOTTE
Wat is een goede tekstgrootte, interlinie en spatiëring voor een tekst? Waar moeten we op letten om een tekst goed leesbaar te maken? En wat is de invloed van het medium waarop we lezen op deze instellingen?
Laten we beginnen met de tekstgrootte in het algemeen. Ik heb de x-hoogte van Dyslexie Font iets groter gemaakt, zodat er meer ruimte binnen de letter is. Dit werkt beter voor mensen met dyslexie. Een voordeel is dat, als je deze grootte als standaard aanhoudt, je de tekst niet apart hoeft aan te passen voor lezers met dyslexie.
De algemene richtlijn voor drukwerk of tekst op papier is eenvoudig en meestal het beste leesbaar:
Kleine kinderen (5-6 jaar): 16 pt
Kinderen (7-8 jaar): 14 pt
Kinderen (9-11 jaar): 12 pt
Oudere kinderen en volwassenen: 10 pt
Je kunt hier van afwijken. Oudere mensen met slechter zicht gaan bijvoorbeeld naar 11 of 12 pt. Sommige kinderen van 7-11 jaar met veel leeservaring hebben liever een punt kleiner. Ook zijn er volwassenen die 9 pt prettig vinden als leestekst. Dit kan je dus ook gewoon volgen met Dyslexie Font er is niks mis met onze ogen.
Een ‘pt’ (punt) is een standaardmaat in de typografie en staat gelijk aan 0,3528 mm. Hierdoor kun je op papier met een lineaal de x-hoogte meten en zo achterhalen welke lettergrootte is gebruikt. Elke millimeter is rond de 3 pt (1.0584mm om precies te zijn als je het wil weten).
Deze maateenheid stamt nog uit de 18e eeuw, uit de tijd van loden letters. Drukkerijen hadden een universele eenheid nodig, zodat alle drukkers dezelfde grootte konden gebruiken.
Dit systeem werkte goed tot ongeveer 1972, toen Xerox de eerste bitmap-lettertypes maakte. In 1984 bracht Steve Jobs – die kalligrafielessen had gevolgd – de Macintosh-computer op de markt. Deze computer voegde voor het eerst een groot aantal verschillende lettertypes toe voor het grote publiek.
Dit levert echter een fundamenteel probleem op. Lettertypes zijn altijd ontworpen en gespecificeerd in punten. Zelfs bij digitalisering blijft dit de standaard. Het scherm waarop de tekst wordt getoond, werkt echter in pixels.
In de jaren 70 en 80 waren pixels bovendien groot, vergeleken met nu. En de schermresolutie is enorm verbeterd. Waar je vroeger pixels van een afstand kon tellen, is een individuele pixel nu vaak niet meer met het blote oog te onderscheiden.
Elke fabrikant gebruikt verschillende technieken voor pixeldichtheid (DPI/PPI). Schermen worden aangeduid met een resolutie zoals 1920×1080, of meervouden hiervan (2K, 4K, 8K). Dit geeft alleen het aantal pixels aan, niet hoe klein of dicht ze opeen staan.
Het gevolg? Een letter van 14 punten was op een 1920×1080-scherm in 2014 groot en leesbaar. Op een modern 4K-scherm met veel hogere pixeldichtheid is diezelfde 14 punten echter te klein en onleesbaar, waardoor nu vaak 16 of 18 pt voor de hoofdtekst wordt gekozen. Tegelijkertijd zijn er kleine schermen (zoals smartphones) met een extreem hoge pixeldichtheid, die we ook nog eens dichterbij houden. Daar is 14 of 16 pt vaak al voldoende.
De conclusie is dus dat vaste puntgroottes niet meer werken. Je zou veel meer moeten kijken naar responsieve tekst, die zich automatisch aanpast aan het scherm, de pixeldichtheid en de leesafstand.
Ontwikkelaars slimmer schalen voor echte toegankelijkheid
Veel developers kiezen voor een lineaire groei in fontgroottes tot 42pt, maar slaan de plank daarmee mis. Voor ongeveer 80% van de bevolking zijn de stappen in een lineaire lijn namelijk veel te groot; zij hebben juist behoefte aan subtiele, kleine aanpassingen.
Gebruikers met een ernstige visuele beperking vormen een relatief kleine groep die vaak al vertrouwt op extrene hulpmiddelen. De grootste winst zit in de nuance. Door te kiezen voor een exponentiële vergroting—kleine stapjes aan het begin en grotere sprongen op het eind—bedien je iedereen optimaal.
Een effectieve reeks ziet er dan zo uit: 14 – 15 – 16 – 17 – 18 – 19 – 20 – 21 – 22 – 28 – 34 – 42pt
Dit geldt ook voor stappen met spatiëring en interlinie
INTERLINIE EN SPATIËRING
de ruimte om die letter heen. Veel mensen denken dat een tekst alleen leesbaarder wordt door de letters groter te maken, maar de ervaring leert dat de ruimte tussen de letters en regels minstens zo belangrijk is.
Goede witruimte zorgt ervoor dat een tekst als “groter” en “rustiger” wordt ervaren, zonder dat je het lettertype daadwerkelijk hoeft te vergroten.
INTERLINIE: FOCUS TUSSEN DE REGELS
Interlinie (regelafstand) is de witruimte tussen de zinnen. Wanneer regels te dicht op elkaar staan, kan er niet rustig gefocussed worden op de regel tekst die gelezen wordt. De onderkant van de letters uit de bovenste regel en de bovenkant van de letters uit de onderste regel dringen dan je focusgebied binnen terwijl je leest. Dit leidt af en maakt het lastig om de zin vast te houden.
De “Selectie-methode” Een praktische manier om te controleren of je interlinie goed staat, is door de tekst op je scherm te selecteren (zodat er een gekleurde of zwarte balk achter verschijnt).
Vergroot de interlinie tot er een dunne strook witruimte tussen de selectiebalken ontstaat (zie afbeelding).
Door de strakke, rechte lijnen van de selectie zie je direct of de regels elkaar “verstikken” of dat ze de ruimte hebben om te ademen.
SPATIËRING HET VOORKOMEN VAN HET CROWDING EFFECT
Waar interlinie rust geeft tussen de regels, zoomt spatiëring (tracking) in op het detail: de ruimte tussen de letters zelf.
Toen ik in 2008 het Dyslexie Font ontwierp, was de ideale spatiëring een van de belangrijkste fundamenten die ik direct in het font heb ingebouwd. In 2012 werd dit wetenschappelijk onderbouwd door een Italiaanse universiteit; hun onderzoek naar leesverbetering bij dyslectici kwam op exact dezelfde ideale spatiëring uit.
WAAROM EXTRA SPATIËRING HELPT
Voorkom versmelting: Veel lezers (en zeker mensen met dyslexie) hebben last van het crowding effect. Letters lijken in elkaar over te vloeien of te versmelten, vooral bij langere woorden.
Betere identificatie: Door de letters iets meer ruimte te geven, kunnen de hersenen de unieke vorm van elke letter sneller identificeren.
Bij ‘spacing 40’ zie je dat letters hun eigen plek krijgen, wat het crowding effect minimaliseert.
De grens opzoeken: Gebruik je een standaard lettertype? Dan is een spatiëring van 30 of 40 vaak al genoeg. Let wel op: geef je té veel spatiëring, dan gaan de letters “zwemmen”. De letters verliezen dan hun onderlinge verband en het brein herkent het woord niet meer als één geheel.
RUIMTE OP DE PAGINA
Als je teveel ruimte verbruikt op je pagina wat meerendeel geld natuurlijk voor pagina’s op papier. Je kan het allemaal correct zetten door andere dingen kleiner weer te zetten. Bijvoorbeeld kan je kijken naar een witregel tussen paragrafen.
Vaak is een “halve enter” al genoeg. Dit geeft de lezer een duidelijk rustpunt en een visueel blok. Daarnaast kan je nog het lettertype zelf nog een punt kleiner maken omdat het toch genoeg ruimte omheen heeft dat het optischer groter lijkt. Hiermee kom je vaak op de zelfde lengte uit als tekst zonder aanpassingen en heb je toch een duidelijker leesbare tekst als eindresultaat.
Eye tracking shows what your eyes do that your brain needs to understand what is written.